Ja, maar…

Ja, maar…

Maar. Achter het woord ‘maar’ volgen altijd excuses, uitvluchten of onrealistische angsten. Ik wil die training wel gaan doen, maar het is wel heel veel geld, wil ik dat er wel aan uitgeven? Ik heb zin in erwtensoep en pannenkoeken, maar het is zomer en...